Samenwerking UniK en RIBW: licht waar kan, zwaar waar nodig

De RIBW Nijmegen & Rivierenland en UniK zijn een intensieve samenwerking aangegaan om hun cliënten en klanten samen beter van dienst te kunnen zijn. Hoe ziet die samenwerking er concreet uit en wat zijn de grootste voordelen? RIBW-directeur Erika Claessen en UniK-bestuurder Yvonne van de Fliert vertellen er graag meer over.

UniK directeur-bestuurder Yvonne van de Fliert en RIBW directeur Erika Claessen

Waarom samenwerken?
Yvonne: “In de afgelopen tweeënhalf jaar hebben we gemerkt dat onze organisaties raakvlakken hebben als het gaat om de visie op het sociaal domein.  Vooral de wijze van invulling geven aan deze visie. Vervolgens moet je elkaar durven vertrouwen om bij elkaar in de keuken te kijken en kennis te delen. Ik denk dat we vrij snel hebben aangevoeld dat we op een lijn lagen en zijn van daaruit samen optrokken. Vanuit vertrouwen richten we onze samenwerking in. We zijn niet elkaars concurrent en zien het als een win-win om in het sociaal domein gezamenlijk op te trekken. We zijn samen aan het kijken hoe we die samenwerking in de keten verder kunnen vormgeven.”

Erika: “Dat is nu meer concreet geworden. Bij de aanbesteding werd ook duidelijk dat je naast specialistische begeleiding ook reguliere begeleiding moet bieden. Dat kun je zelf organiseren of in samenwerking met andere zorgpartijen. Bij de RIBW doen we dat vanuit onze visie op herstel: cliënten tijdelijk helpen in het herstelproces en ook loslaten. Daarom hebben wij ervoor gekozen niet zelf die reguliere begeleiding te bieden. We zijn toen in gesprek geraakt met UniK, heel concreet, of we de samenwerking die er al was konden uitbreiden. In onze visie op herstel en wijkgericht werken sluiten we goed aan, dus toen hebben we vrij snel de koppen bij elkaar gestoken om te kijken hoe we dat gaan doen.”

Wat is er concreet uit voortgekomen?
Erika: “Het heeft er bijvoorbeeld toe geleid dat ons ambulante team in de gemeente Berg en Dal samen met een team van UniK de training Arrangeren/casus leren heeft gevolgd. In deze methodiek staat de vraag van de cliënt centraal. We onderzoeken welke vaardigheden de cliënt zelf kan inzetten, samen met zijn of haar netwerk, en kijken welke professionele hulpbronnen iemand dan nog nodig heeft. Wat kan de RIBW specifiek bijdragen met specialistische begeleiding, wat kan UniK bieden in de reguliere begeleiding en wat kunnen andere partijen of het netwerk doen om de hulpvraag van de cliënt in te vullen?”

Yvonne: “Bij UniK werken we echt vanuit de klantvraag. De klant heeft de regie. Mooi aan deze manier van werken is dat we telkens toetsen of onze ondersteuning nog volledig aansluit bij de behoeften van de klant. We kijken hierbij kritisch of we onze ondersteuning anders kunnen invullen of zelfs kunnen afschalen. Of dat een klant meer gebruik kan maken van de directe omgeving. Dat is de meerwaarde van samen getraind worden.”

Hoe pak je zo’n samenwerking aan?
Yvonne: “Het is een ongoing proces. De samenwerking krijgt pas echt vorm wanneer de basis goed is. Dit begint met een kennismaking. Onbekend maakt onbemind. Samen moeten we dezelfde werkwijze hanteren en uitdragen, pas dan vinden professionals elkaar ook veel sneller. We hebben ieder een eigen expertise en specialisme. In dit geval pakken wij als UniK de basisbegeleiding op. Maar juist door de samenwerking met de RIBW kunnen we ook snel opschalen wanneer nodig. Onze samenwerking geeft volledig antwoord op de transformatie die voor ons ligt. Licht waar kan en zwaar waar nodig.”

Hoe gaat het in de praktijk?
Yvonne: “Wij hebben als voorbeeld binnen onze zorgrapportage een aantal zaken ingevoegd die voor de RIBW inhoudelijk van belang zijn zodat UniK tijdig kan signaleren en daarmee in gezamenlijkheid kan ingrijpen op het moment dat het mis dreigt te lopen. Al onze UniK professionals zijn nu getraind om beter om te gaan met mensen met een meer psychiatrische problematiek. Waar moeten we op letten om tijdig hulp in te schakelen, zodat het niet dusdanig uit de hand loopt dat iemand opgenomen moet worden? Daarin zie je dat we samen betrokken zijn bij een casus en dat is heel waardevol in de samenwerking. Het begint met de training casusleren en een gezamenlijke aanpak. Daarnaast spelregels maken om de professional handvatten te geven.”

Waar ontmoeten jullie elkaar in de keten?
Erika: “In de keten zitten we heel dicht bij elkaar. In Berg en Dal zitten onze medewerkers zelfs in hetzelfde gebouw. Dat doet heel veel, die fysieke nabijheid en elkaar kennen. Wij hebben onlangs kennisgemaakt met de teamleiders van UniK en zij met onze zorgcoördinatoren. Letterlijk namen en gezichten leren kennen. Het is voor de continuïteit van de hulpverlening aan cliënten heel goed om een vaste contactpersoon te hebben. Als iets niet loopt zoals je wilt of als je nog aanvullende vragen hebt, dan is het belangrijk dat je weet met wie je contact kunt opnemen. Het is ook heel fijn dat zowel de RIBW als UniK vaste begeleiders in de wijken aan het werk heeft. Je hebt met dezelfde mensen te maken.”

Yvonne: “Het is ook schaalbaar omdat we allebei in dezelfde wijken zitten. We kunnen nu, los van het ambulante stuk, ook dagbesteding samen gaan optuigen. Georganiseerd in de wijk: waar komt de klant vandaan, welk talent heeft hij en hoe kan hij of zij maximaal participeren in de maatschappij? Hoe kunnen we dat samen vormgeven zonder er een RIBW- of UniK-huisje van te maken? Het begint met kijken wat er in de wijk is. Is er een groot wijkgebouw of buurthuis? Of een andere partij waar allerlei activiteiten in en om het gebouw plaatsvinden en waar onze beide klanten een rol in kunnen spelen? Op dat moment gaan we aan de slag met begeleiding vanuit ons. Op deze manier geven we daadwerkelijk iets terug aan de maatschappij.”

En nu verder, na samenwerken volgt samengaan?
Erika: “Het blijft een samenwerking, we gaan niet fuseren. Ieder werkt vanuit zijn eigen expertise. Wat centraal staat is dat het voor de cliënt niet ingewikkeld moet zijn dat hij een aantal begeleiders heeft vanuit verschillende organisaties.”

Krijgen jullie nu wel eenzelfde werkwijze?
Erika: “Dat is zeker de bedoeling. Bij UniK beheren klanten zelf hun dossier. Dat voornemen hebben wij al een tijdje op de plank liggen, maar we zijn nog niet zover. Daarvoor is het nodig dat we onze dossiers daarop inrichten. Met die slag zijn we op dit moment bezig. We hebben dezelfde visie en hanteren allebei hetzelfde cliëntsysteem, dat is cliëntvriendelijk.

Yvonne: “Het mooie hiervan is dat je de klant zelf in de regie zet. Hij of zij beslist wie toegang heeft. Feitelijk vervangt het de oude klapper. Nu is het elektronisch en je kunt al je informatie invoegen en delen met mensen uit zijn of haar netwerk.  Op het moment dat we daar beiden toegang toe hebben, is de benodigde informatie altijd beschikbaar. Dat werkt heel prettig.”

Wat merken andere organisaties ervan?
Erika: “Idealiter zou het sociaal wijkteam een beschikking moeten geven voor beide producten. Als je het heel erg gefragmenteerd gaat inzetten, dus eerst specialistisch en dan kijken of regulier nodig is, werkt het niet.

Yvonne: “Het gaat om denken vanuit arrangementen. We maken gezamenlijk een arrangement op een klant. Je hebt dan een geleidelijke overgang en als klant heb je maar met twee mensen te maken. Die werken volgens dezelfde methodiek en iedereen doet waar hij of zij goed in is. Dat vind ik heel belangrijk. Ik geloof sterk in kleur bekennen. Je kunt niet alles doen en niet overal even goed in zijn. Doe waar je écht goed in bent en organiseer de rest samen in de keten, integraal. Dan beschik je altijd over de actuele kennis en zo regel je de zorg ook het beste voor de klant.”

Wat is het grootste voordeel van de samenwerking?
Yvonne: “Dat de klant beter wordt geholpen. Als je ziet dat het niet goed gaat, kun je direct opschalen. Op het moment dat wij denken dat er meer aan de hand is, kunnen we terugvallen op de kennis en expertise van de RIBW. De professional van de RIBW kan dan weer begeleiding toevoegen of ons handvatten geven om de begeleiding verder voort te kunnen zetten. Ik denk dat je dan je beschikbare expertise veel beter inzet. Op de momenten dat het nodig is.”

Erika: “Ik hoor van onze begeleiders dat er snel geschakeld wordt als er meer nodig is in de zorg of afgeschaald kan worden naar reguliere zorg. Uiteindelijk doe je het daarvoor. Dat de cliënt de juiste zorg krijgt op het juiste moment en niet te lang hoeft te wachten. Dat is wat we nu zien. We zien dat er heel veel zorg is afgeschaald van specialistisch naar regulier. Soms ook tegen het advies in van onze begeleiders. Nu zie je dat er weer opgeschaald wordt; blijkbaar is de afbouw toch te snel gegaan. Dankzij onze nauwe samenwerking kunnen we nu snel schakelen door even kort specialistische begeleiding te geven waar nodig.”

Yvonne: “Je beperkt echt schade door sneller te schakelen. Normaal als iemand uit het gezichtsveld verdwijnt, kan het ontzettend misgaan. Voordat je iemand dan weer op datzelfde punt hebt, duurt dat veel langer. Ik denk dat we door onze samenwerking juist in kunnen zetten op afschaling en daarmee erger kunnen voorkomen.”